Wij gebruiken cookies om inhoud te personaliseren, functies voor social media te bieden en ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze heeft verzameld op basis van uw gebruik van hun diensten.
alles over het standaardregimeSinds 1 januari 2026 betaal je een belasting op de meerwaarden die je realiseert op je beleggingen. In deze blogpost leggen we uit hoe het standaardregime precies werkt. Deze nieuwe belasting werd ingevoerd via de wet van 6 april 2026 maar is retroactief van toepassing vanaf 1 januari 2026. 3 regimesIn deze nieuwe wetgeving zijn er drie regimes voorzien:
Wat valt onder het standaardregime?Het standaardregime is van toepassing op meerwaarden die een particulier realiseert in het kader van het normale beheer van een privévermogen (dus geen speculatief karakter). Het gaat om de verkoop van financiële activa:
Berekening meerwaardeDe basisformule is eenvoudig: Meerwaarde = verkoopwaarde - aankoopwaarde. Stel dat je een aantal aandelen gekocht hebt voor 1.000 EUR en je verkoopt ze voor 1.500 EUR, dan heb je een meerwaarde van 500 EUR gerealiseerd en wordt die belast (zie verder). Van deze meerwaarde mag je geen kosten of taksen aftrekken. Een minderwaarde mag je in sommige gevallen wel in mindering brengen van je meerwaarden. Tarief & vrijstellingenHet standaardtarief bedraagt 10%. Je betaalt echter niet vanaf de eerste meerwaarde de belasting. Je krijgt een vrijstelling van 10.000 EUR per jaar. Dit bedrag wordt ieder jaar geïndexeerd. Wanneer je de vrijstelling in een jaar niet (volledig) gebruikt hebt , mag je 1.000 EUR per jaar overdragen naar het volgende jaar met een maximum van 15.000 EUR. De vrijstellingen gelden per persoon. Bij een gezamenlijke aangifte van een koppel heeft dus iedere partner recht op de vrijstelling van 10.000 EUR. Inning van de belastingVoor de inning van de belasting voorziet de wet twee stelsels:
Vanaf boekjaar 2026 (startdatum ten vroegste 1 januari) moet je als kleine vennootschap je bedrijfsleider minstens 51.000 EUR brutoloon toekennen om het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting (20% op de eerste schijf van 100.000 EUR) te behouden. Dat is een stevige sprons tegenover de vorige grens van 45.000 EUR. In dit artikel leggen we uit wat er verandert, wie geraakt wordt en wat je nu al kan doen. Wat verandert er precies?Sinds 2018 gold de regel: een kleine vennootschap kan haar verlaagd tarief van 20% in de vennootschapsbelasting behouden als ze aan één van haar bestuurders (natuurlijke persoon) een bezoldiging van 45.000 EUR, inclusief voordelen alle aard, toekent. Door een recente wetswijziging (wet van 15 juli 2026) wordt dat grensbedrag:
Wat als je er niet aan voldoet?Voldoe je niet aan de voorwaarde, dan zal je vennootschap het standaardtarief van 25% betalen op de volledige belastbare winst. Dat verschil kan dus snel oplopen tot enkele duizenden euro's extra vennootschapsbelasting. Wat doet Bilanco voor jou?In het begin van dit jaar hebben we al proactief bij heel wat dossiers berekenen gemaakt en samen met de bedrijfsleider beslist of we het loon aanpasten of niet. We gaan die oefening opnieuw moeten doen aangezien het bedrag gewijzigd is naar 51.000 EUR. In de loop van de komende weken/maanden mag je dus zeker een mailtje van ons verwachten met een nieuwe simulatie van je loon en je resultaat voor het boekjaar 2026.
Als laatste geven we ook al mee dat we deze oefening vanaf nu elk jaar moeten doen aangezien het bedrag geïndexeerd wordt. |
AuteurSchrijf iets over jezelf. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn, slechts een overzicht. Archieven
September 2026
Categorieën |